Sport en bewegen in de buurt

VWS-programma Sport en Bewegen in de Buurt stimulans voor lokaal sportaanbod

 - Sport en Bewegen in de Buurt

Gemeenten, lokale sport- en beweegaanbieders en partners uit zorg en welzijn weten elkaar steeds beter te vinden in het creëren van passend sport- en beweegaanbod. Sportverenigingen in Nederland werken in de laatste jaren meer samen met andere organisaties (80% in 2007, 90% in 2014), vooral met scholen, buitenschoolse opvang en buurt-, wijk- en welzijnsorganisaties. Dit geldt in sterkere mate voor sportverenigingen waarbij een buurtsportcoach betrokken is en voor verenigingen die betrokken zijn bij een aanvraag voor de Sportimpuls. Dit blijkt uit de Voortgangsrapportage Sport en Bewegen in de Buurt 2014 (SBB Monitor) die het Mulier Instituut heeft samengesteld. De minister van VWS heeft de SBB Monitor gisteren naar de Tweede Kamer gestuurd.

In de SBB Monitor worden alle onderzoeken, monitoren en registraties op het terrein van sport en bewegen in de buurt gebundeld en op hoofdlijnen samengevat, zodat een compleet overzicht ontstaat van de ontwikkelingen op dit terrein en de voortgang in het SBB-beleid. Met het programma SBB (2012-2016) wil het kabinet bereiken dat voor iedere Nederlander een passend, veilig en toegankelijk sport- en beweegaanbod in de eigen buurt aanwezig is. Het uiteindelijke doel is een hogere en duurzame sport- en beweegdeelname. Inmiddels zijn 2387 fte buurtsportcoaches lokaal aan de slag met het organiseren of coördineren van vraaggericht sport- en beweegaanbod of het verbinden van partijen om dit lokaal te realiseren. Zij zijn in bijna alle gemeenten (378) in Nederland werkzaam. Daarnaast zijn in 2014 208 aanvragen voor de Sportimpuls gehonoreerd, naast de al lopende projecten uit de vorige rondes. 

Uit de SBB Monitor blijkt verder dat de helft van de bevolking tevreden is over de mogelijkheden om in de buurt deel te nemen aan georganiseerde sport- en beweegactiviteiten. De inzet van buurtsportcoaches en lokale Sportimpulsprojecten zorgt volgens betrokkenen voor een toename van het lokale sport- en beweegaanbod en de kwaliteit ervan, voor meer leden van sportverenigingen en voor lokale verbindingen tussen organisaties. 

Voor het eerst zijn in de SBB Monitor ook resultaten opgenomen van effectmetingen naar de samenhang tussen de inzet van buurtsportcoaches en de groei van sport- en beweegdeelname en/of het ledental van verenigingen die aangesloten zijn bij NOC*NSF. Bij twee gemeenten is een significante positieve samenhang gevonden tussen de inzet van buurtsportcoaches en de sportfrequentie in de tijd, maar in drie andere gemeentes is geen samenhang gevonden. Ook analyes in 11 gemeenten naar de samenhang tussen de inzet van buurtsportcoaches en de ontwikkeling van het verenigingslidmaatschap laten geen overtuigende samenhang zien. De onderzoekers wijzen op diverse beperkingen van het onderzoek, in het bijzonder wat betreft de beschikbaarheid van benodigde data, die kunnen verklaren waarom de positieve effecten op projectniveau zich (nog) niet vertalen in effecten op wijkniveau.