Sport en bewegen in de buurt

Veelgestelde vragen Buurtsportcoaches

Onderstaand vindt u veelgestelde vragen en antwoorden over de Buurtsportcoaches (Brede impuls combinatiefuncties).

Wat is de doelstelling van het Programma Sport en Bewegen in de Buurt?

Het kabinet wil eraan bijdragen dat het lokale sport- en beweegaanbod beter aansluit op de vraag en dat er meer lokaal maatwerk komt, zodat mensen meer mogelijkheden krijgen om te sporten en bewegen in de eigen leefomgeving. Uiteindelijk leidt dat tot meer sportdeelname en tot een gezonde en actieve leefstijl. Dit is de reden waarom in de landelijke nota gezondheidsbeleid “Gezondheid Dichtbij” de nadruk gelegd wordt op sport en bewegen als vliegwiel voor een gezonde leefstijl.

Lokaal maatwerk is een taak van vele partners. De gemeenten en de sport hebben een rol maar ook lokale ondernemers moeten de mogelijkheid krijgen om hieraan mee te werken, evenals scholen, kinderopvang en (commerciële) sport- en beweegaanbieders e.a.

Om de bovenstaande doelstelling te kunnen realiseren, vindt de minister van VWS het belangrijk dat er lokaal meer slimme en kansrijke verbindingen tussen de sport- en beweegaanbieders, scholen, zorg- en welzijnsinstellingen en het bedrijfsleven tot stand komen. Deze verbindingen kunnen nieuw zijn of voortborduren op bestaande vormen van samenwerking. Hierbij wil het kabinet stimuleren dat er lokaal zoveel mogelijk gebruik kan worden gemaakt van producten en werkwijzen, die elders al succesvol gebleken zijn. 

Hoe wil de minister van VWS deze doelstelling bereiken?

De minister van VWS heeft aangegeven bovenstaande doelstelling te willen stimuleren en faciliteren met een programma genaamd Sport en Bewegen in de Buurt (SBB). Binnen dit programma wordt het aantal buurtsportcoaches dat werkzaam is in de sport uitgebreid (gemeente-impuls) en kunnen sport- en beweegaanbieders een impuls krijgen (Sportimpuls).

Met welke partijen heeft de minister van VWS afspraken gemaakt?

Namens het Kabinet wil de minister van VWS over het stimuleren van een breder sport- en beweegaanbod in de buurt afspraken maken met landelijke vertegenwoordigers/koepels van gemeenten, sportsector en bedrijfsleven:

  • VWS namens de Rijksoverheid,
  • NOC*NSF als vertegenwoordiger van de sport- en beweegaanbieders (gaat verder dan uitsluitend sportverenigingen),
  • VNG namens de gemeenten,
  • VNO-NCW, MKB Nederland.

Zijn er al afspraken gemaakt?

De Bestuurlijke afspraken Sport en Bewegen in de Buurt zijn op maandag 13 februari 2012 ondertekend door de eerder hierboven genoemde partijen.

Voor de buurtsportcoaches zijn aanvullende afspraken gemaakt in het Addendum op Bestuurlijke afspraken Impuls brede scholen, sport en cultuur.

In het voorjaar van 2014 zijn de Bestuurlijke afspraken Sport en Bewegen in de Buurt bijgesteld. Een Addendum op deze bijgestelde versie beschrijft de verschillende rollen, taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de Sportimpuls regeling.

Welke bijdrage zullen VNO-NCW en MKB Nederland leveren?

VNO-NCW en MKB Nederland zullen in dit kader de volgende bijdragen leveren:

  • Identificeren en informeren van de relevante branches en regionale verenigingen over dit programma.
  • Verkennen waar zij kunnen fungeren als bruggenbouwer door VWS, gemeenten en de sport gericht in contact te brengen met die delen van het aangesloten bedrijfsleven waar sport en bewegen tot de kern van de bedrijfsactiviteiten behoort.
  • Organiseren van bedrijfssport via het loket ‘Sport & Zaken’.
  • Informeren van bedrijven over succesvolle voorbeelden van bedrijfssport via het loket ‘Sport & Zaken’.
  • Via hun betrokkenheid bij de organisatie Innosport NL bijdragen aan innovatie voor sport en bewegen door het bedrijfsleven.

Hoe ziet het traject rond het aanstellen van de buurtsportcoaches eruit?

De minister van VWS heeft aan gemeenten per 1 januari 2012 een extra bedrag van 8 miljoen euro beschikbaar gesteld en op 1 januari 2013 is dit verhoogd met 11 miljoen euro, beide in te zetten voor de onderstaande doelstellingen:

  • Van gemeenten wordt verwacht dat zij zich inspannen om buurtsportcoaches in dienst te (laten) nemen.
  • Deze medewerkers dienen sport- en beweegaanbod te organiseren.
  • De medewerkers maken een combinatie tussen sport- en beweegaanbieders en andere sectoren zoals onderwijs, cultuur, welzijn, gezondheid en bso/kinderopvang.
  • Inzet van de buurtsportcoaches vindt plaats onder duidelijke regie van de gemeenten.

Wat is de looptijd van de Impuls? Krijgt deze een structureel vervolg?

De middelen voor de gemeente-impuls worden structureel aan gemeenten beschikbaar gesteld door middel van een decentralisatie-uitkering.

Hoe vindt monitoring plaats?

De VNG beziet jaarlijks hoe het ervoor staat met de realisering van combinatiefuncties en buurtsportcoaches in het hele land. Daarbij wordt ook de verdeling van fte's over de sectoren bezien. Eventueel wordt een aanvullende steekproef onder (een aantal) gemeenten genomen als dit ‘landelijk beeld' afwijkt van de verwachtingen. Daarnaast worden ook de ‘outcome' doelen gemonitord.

Op welke manier worden gemeenten geïnformeerd?

De VNG informeert haar leden per (leden)brief.

Gemeenten worden via de circulaires gemeentefonds officieel geïnformeerd over de bedragen. Eventuele wijzigingen worden eveneens bekend gemaakt via de circulaires gemeentefonds.

De communicatie over de buurtsportcoaches verloopt verder via het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt (uitgevoerd door Vereniging Sport en Gemeenten).

Overzicht:

Op welke wijze hebben gemeenten de mogelijkheid gekregen om deel te nemen?

Alle gemeenten komen voor deelname in aanmerking.

2012
De VNG heeft alle gemeenten middels een brief d.d. 6 maart 2012 officieel geïnformeerd dat zij in aanmerking komen om deel te nemen aan het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’. Hiertoe diende de gemeentelijke deelnameverklaring vóór 15 april 2012 bij het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt binnen te zijn. De formele bevestiging van deelname is gepubliceerd via de junicirculaire gemeentefonds 2012.

Gemeenten die gekozen hebben voor 140% (van het op basis van de oorspronkelijke verdeelsleutel toegewezen Impulsbudget), ontvangen in 2012 rijksmiddelen tot een percentage van 120%. Vanaf 2013 worden de middelen dan verhoogd naar 140% (afhankelijk van het beschikbare rijksbudget).

2013
Het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt heeft alle gemeenten middels een mailing d.d. 21 september 2012 geïnformeerd dat zij in aanmerking komen om alsnog deel te nemen aan het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ of om het gekozen percentage te verhogen per 2013. Hiertoe dienden zij vóór 7 december 2012 de gemeentelijke deelnameverklaring in te dienen bij het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt.

Het ministerie van VWS heeft via een bevestigingsbrief aan alle deelnemende gemeenten d.d. 30 januari 2013 de aanvragen voor 2013 gehonoreerd. De wijzigingen zijn gepubliceerd in de meicirculaire gemeentefonds 2013. 

2014
De VNG heeft alle gemeenten middels een brief d.d. 19 december 2013 geïnformeerd dat zij in aanmerking komen om alsnog deel te nemen aan het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ of om het gekozen percentage te verhogen per 2014. Hiertoe dienden zij vóór 1 maart 2014 de gemeentelijke deelnameverklaring in te dienen bij het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt.

Het ministerie van VWS heeft via een bevestigingsbrief aan alle deelnemende gemeenten d.d. 16 december 2013 de aanvragen voor 2014 gehonoreerd. De wijzigingen zijn gepubliceerd in de meicirculaire gemeentefonds 2014. 

2015
De VNG heeft alle gemeenten middels een brief d.d. 8 december 2014 geïnformeerd dat zij in aanmerking komen om alsnog deel te nemen aan het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ of om het gekozen percentage te verhogen per 2015. Hiertoe dienden zij vóór 15 februari 2015 de gemeentelijke deelnameverklaring in te dienen bij het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt.

Het ministerie van VWS heeft via een bevestigingsbrief aan alle deelnemende gemeenten d.d. 8 december 2014 de aanvragen voor 2015 gehonoreerd. De wijzigingen zijn gepubliceerd in de meicirculaire gemeentefonds 2015. 

2016
De VNG heeft alle gemeenten middels een brief d.d. 23 juli 2015 geïnformeerd dat zij in aanmerking komen om alsnog deel te nemen aan het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ of om het gekozen percentage te verhogen/verlagen per 2016. Hiertoe dienden zij vóór 15 oktober 2015 de gemeentelijke deelnameverklaring in te dienen bij het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt.

De formele bevestiging van de Rijksbijdrage is opgenomen in de decembercirculaire gemeentefonds 2015.

2017
Het ministerie van VWS heeft alle gemeenten middels een brief d.d. 4 augustus 2016 geïnformeerd dat zij in aanmerking komen om alsnog deel te nemen aan het programma ‘Sport en Bewegen in de Buurt’ of om het gekozen percentage te verhogen/verlagen per 2017. Hiertoe dienden zij vóór 1 oktober 2016 de gemeentelijke deelnameverklaring in te dienen bij het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt.

De formele bevestiging van de Rijksbijdrage is opgenomen in de decembercirculaire gemeentefonds 2016.

Gemeenten worden via de circulaires gemeentefonds officieel geïnformeerd over de bedragen. Eventuele wijzigingen worden eveneens bekend gemaakt via de circulaires gemeentefonds.

Op welke wijze worden de middelen uitgekeerd?

De bedragen worden aan gemeenten beschikbaar gesteld via een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds (onder de noemer ‘Brede impuls combinatiefuncties’). De verdeling vindt plaats op basis van de verdeelsleutel ‘aantal inwoners tot 18 jaar’.

Geldt er wederom een normbedrag per fte?

Ja, er geldt een normbedrag van 50.000 euro per fte, per gemeente. De rijksoverheid keert, via een decentralisatie-uitkering, 20.000 euro per fte uit aan gemeenten. 

Wordt de rijksbijdrage voor de Impuls c.q. het normbedrag van €50.000 per fte geïndexeerd?

Ja, de Rijksbijdrage voor de Impuls wordt (is!) geïndexeerd.

De budgetten voor de Impuls, zoals opgenomen op de begrotingen van OCW en VWS, zijn loongevoelig gecodeerd. Dit betekent dat deze budgetten in de loop van het begrotingsjaar opgehoogd worden met de, door het Ministerie van Financiën toe te kennen, loonbijstelling. Het percentage van deze loonbijstelling zal jaarlijks wisselen en is gekoppeld aan de loonstijging van het Rijkspersoneel.

De beide departementen zullen hun bijdrage aan het Ministerie van BZK dus jaarlijks verhogen met de door Financiën toegekende loonbijstelling. Daardoor is het Ministerie van BZK in staat om de uitkeringen aan de deelnemende gemeenten met die loonbijstelling te verhogen.

Moet de rijksbijdrage ook via de SISA verantwoord worden?

Nee, want het is geen specifieke uitkering. Het gaat gewoon mee in de reguliere gemeenterekening. Het verdient wel aanbeveling om het daarin als herkenbare post op te nemen.

Moeten gemeenten voor cofinanciering zorgen?

Met de VNG is afgesproken dat de deelnemende gemeenten vanaf het eerste jaar 60% cofinanciering organiseren.

Welke bedragen zullen gemeenten ontvangen?

Dit is afhankelijk van het gekozen percentage in de deelnameverklaring.

Gemeenten hebben de mogelijkheid om te kiezen voor 60, 80, 100, 120 of 140 procent van het op basis van de verdeelsleutel toegewezen Impulsbudget. De mogelijkheid van uitbreiding tot 140 procent is afhankelijk van het beschikbare budget. De verdeelsleutel is dezelfde als voor de Impuls brede scholen, sport en cultuur, namelijk inwoners tot 18 jaar.

Moeten gemeenten die nu al meedoen aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur meedoen aan de nieuwe Impuls?

Nee, gemeenten zijn vrij om te bepalen of ze extra geld willen ontvangen voor de aanstelling van buurtsportcoaches via een decentralisatie-uitkering.

Wat zijn dan de nieuwe mogelijkheden per januari 2012?

De nieuwe Impuls is er om gemeenten te stimuleren een sport- en beweegaanbod in de buurt te organiseren. Dit doen ze door het aanstellen van buurtsportcoaches en door de samenwerking met de sport- en beweegaanbieders op te zoeken. 

De buurtsportcoach is werkzaam bij een sport- en beweegaanbieder en een tweede sector, zoals het onderwijs, het welzijn, de kinderopvang, zorg, werkgevers of cultuur.

Gemeenten hoeven hier niet volledig zelf de cofinanciering te regelen, zij moeten 60 procent organiseren.

Mag ik bijvoorbeeld, als ik als gemeente al deelneem aan de Impuls brede scholen, sport en cultuur, dan ook combinatiefuncties aanstellen in samenwerking met het welzijn of de kinderopvang?

Ja, dat mag. De inzet van de middelen binnen de Brede impuls combinatiefuncties kan vanaf 1 januari 2012 naast de bestaande mogelijkheden (sport, onderwijs en cultuur) tevens worden ingezet voor nieuwe sectoren zoals welzijn, gezondheid, werkgevers en bso / kinderopvang.

Als reeds deelnemende gemeenten ook deelnemen aan de nieuwe Impuls, mogen de afspraken die er lokaal zijn gemaakt voor de Impuls brede scholen, sport en cultuur dan blijven voortbestaan?

Deze afspraken mogen zeker voort blijven bestaan. De huidige verworvenheden willen we ook graag behouden. Het betekent daarom niet dat gemeenten die al sinds 2008 deelnemen aan de Impuls, aan deze nieuwe mogelijkheden moeten gaan voldoen per 2012. Wel willen wij gemeenten de mogelijkheid geven om de inzet van de combinatiefuncties te verbreden. De algemene aanpassingen geven gemeenten meer mogelijkheden als zich lokaal knelpunten voordoen of afspraken worden herzien.

Blijft de Impuls brede scholen, sport en cultuur voortbestaan?

De Impuls blijft voortbestaan, maar de naam verandert.

Vanaf 2012 zal er in de circulaires van BZK niet meer worden gesproken over de Impuls brede scholen, sport en cultuur, maar over de ‘Brede impuls combinatiefuncties’.

Wat staat gemeenten en de lokale organisaties te wachten als zij willen overgaan tot het invoeren van buurtsportcoaches? Hoe verloopt een dergelijk proces?

In het rapport ‘Aan de slag met de buurtsportcoach’ wordt een stappenplan voor de invoering van buurtsportcoaches beschreven (hoofdstuk 4).

Hoe wordt het werkgeverschap georganiseerd?

Er zijn verschillende manieren om het werkgeverschap te organiseren bij buurtsportcoaches. De keuze hangt van meerdere factoren af en kan op lokaal niveau verschillend uitpakken. In het rapport ‘Aan de slag met de buurtsportcoach’ zijn enkele modellen uitgewerkt (hoofdstuk 5).

Zijn er modellen van samenwerking in de buurt beschikbaar?

Ja, er zijn verschillende model (samenwerkings)overeenkomsten opgesteld. Deze kunt u in de handreiking bij het rapport ‘Aan de slag met de buurtsportcoach’ vinden (hoofdstuk 1 tot en met 7).

Aan welk profiel moet een buurtsportcoach voldoen?

De buurtsportcoach zal, anders dan de huidige combinatiefunctionarissen, niet alleen werkzaam zijn met de doelgroep jeugd, maar met een grote verscheidenheid aan mensen in een diverse omgeving. Dit brengt een verscheidenheid aan partners met zich mee. In het rapport ‘Aan de slag met de buurtsportcoach’ en de handreiking bij dit rapport worden voorbeeldfuncties beschreven (respectievelijk hoofdstuk 7 en hoofdstuk 9).

Welke competenties moet een buurtsportcoach hebben?

Een evenwichtig beeld van de gewenste competenties ontstaat wanneer allereerst enkele karakteristieke eigenschappen van een buurtsportcoach worden afgebakend. In het rapport ‘Aan de slag met de buurtsportcoach’ en de handreiking bij dit rapport is een overzicht opgenomen met een globale beschrijving van voor de functie van buurtsportcoach relevante competenties (respectievelijk hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8). Dit overzicht gaat uit van vier specifieke karakteristieken:

  • Oriëntatie op de omgeving;
  • Organiserend vermogen;
  • Professionaliteit;
  • Aandacht voor en kennis van de doelgroep.

Hoe kan een buurtsportcoach zo effectief mogelijk ingezet worden?

Dit hangt af van lokale wensen en behoeften. Het buurtactieplan en de buurtscan zijn ondersteuningsinstrumenten die hierbij ingezet kunnen worden.

Idealiter past het aanbod van sport- en beweegaanbieders binnen een bredere gemeentelijke visie op buurtniveau: het buurtactieplan. De eerste stap om tot een buurtactieplan te komen is het analyseren van de buurt, oftewel een buurtscan. Er kan bijvoorbeeld gekeken worden welke maatschappelijke thema’s in een buurt spelen, waar organisaties en bewoners in een buurt behoefte aan hebben en waar bewoners nog onvoldoende kunnen sporten en bewegen.

Wat is de Kwaliteitsimpuls Buurtsportcoaches?

Met de Kwaliteitsimpuls Buurtsportcoaches 2014-2016 wordt een fundament gelegd voor duurzame structuur van kennisdelen, kennis uitwisselen en ontwikkelen voor en door buurtsportcoaches. Het doel is dat de buurtsportcoach beter in staat is om zijn of haar werk uit te voeren. In samenwerking met onderwijsorganisaties werken we aan een opleidingsaanbod dat aansluit bij de behoefte van het werkveld. We werken aan brancheontwikkeling met werkgevers en andere betrokken organisaties. En we faciliteren ontmoetingen voor buurtsportcoaches, zowel digitaal als fysiek.

Waar kunnen gemeenten terecht voor ondersteuning?

De algemene ondersteuning voor het programma Sport en Bewegen in de Buurt en de specifieke ondersteuning richting gemeenten wordt verzorgd door het Projectbureau Sport en Bewegen in de Buurt (uitgevoerd door Vereniging Sport en Gemeenten).